Profile
Blog
Photos
Videos
Ik ben m'n laatste paar dagen in Kenia heerlijk als de ultieme toerist aan het doorbrengen. Papa en mama zijn veilig aangekomen, papa heeft zelfs al een Keniaanse naam gekregen (kihara, wat man zonder haar betekent) en we zijn begonnen aan onze 10-daagse safari tour. Het leuke van zo'n tour is dat je een gids mee hebt, Simon in ons geval, die ontzettend veel weet en leuk kan vertellen. Papa en mama kunnen al dat gelul niet zo goed aan, dus ik heb de prominente plaats voorin de bus gekregen waar ik elke dag weer meer leer over Kenia, haar bijzondere cultuur, haar prachtige natuur en natuurlijk het indrukwekkende dierenrijk.
Vooral de antilopen familie vormt daarbij een uitdaging. In heel Oost-Afrika wonen ongeveer 40 verschillende soorten antilopen, en ze lijken voor een leek allemaal verdomd veel op elkaar. Na een paar dagen safari kan je ze echter redelijk goed van elkaar onderscheiden en wordt het een sport om zo snel mogelijk en van zo'n groot mogelijke afstand te kunnen zien welke groep hertachtigen lekker aan het grazen is.
In Shaba, Samburu en Bufaloo springs zijn we vooral veel Gerenuks tegengekomen. Deze wordt ook wel de giraffe gazelle genoemd vanwege de lange dunne nek. Verder heeft het een klein hoofd met relatief grote oren en eet het (net als de giraffe) het liefst de blaadjes uit de bomen, waardoor je ze vaak op hun achterpoten ziet staan terwijl ze van hun lunch genieten.
Ook waren daar natuurlijk eindeloos veel Dikdiks, de kleinste van de hier levende hertenfamilie en Waterbucks, Impala's, Grant gazelles en Thomson gazelles, die ondertussen de lieftallige bijnaam mr. Tommy hebben gekregen. De Tommy's en de Grant's lijken extreem veel op elkaar, met hun witte buiken die gekenmerkt wordt door een zwarte streep aan de zijkant. De Grant's zijn echter groter, lichter van kleur en hebben krommere horens dan de Tommy's.
Een soort die ik zelf in Kenia nog niet gezien had, was de Oryx. Deze antilope is perfect aangepast aan een woestijnachtig landschap en kan wel 5 maanden leven van het vocht uit de plantjes die het eet. Het is een prachtig beest met kaarsrechte lange horens en mooie zwarte accenten op de bruine huid.
In de Mara hebben we kennis mogen maken met de Elandantilope, de Hartebeest (Kongoni) en de Topi. De laatste twee vertonen ook veel gelijkenissen, al is de Topi een stuk donkerder dan de Hartebeest.
Voor papa is Kenia vooral een vogelparadijs. Ik heb hem een boek met alle vogels van Kenia cadeau gegeven en hij en Simon hebben elkaar helemaal gevonden. Waar je in de Mara alle auto's naar de leeuwen ziet sprinten, staan wij voor een boom met een verrekijker en het vogelboek in de hand te kijken wat voor prachtig beest zich daar nou weer schuil houdt, en ik moet toegeven dat als je eenmaal een beetje mee gaat doen dat vogelspotten nog helemaal zo gek niet is.
Ook heb ik ondertussen alle leden van de big five in het wild gezien. De big five wordt gevormd door de leeuw, de neushoorn, het luipaard, de buffel en de olifant. De reden voor deze benaming is omdat vroeger de meeste jagers en rangers door deze dieren gedood werden.
We zijn onze tocht begonnen bij mount Kenia, de met haar 5199 meter op één na hoogste berg van Afrika. Kenia heeft haar naam aan deze berg te danken. Mount kenia wordt gekenmerkt door het zwart van de stenen en het wit van de sneeuw, vandaar de vroegere officiële naam Kerinyaga, Kikuyu voor zwart wit. Omdat deze naam moeilijk uit te spreken was werd hij afgekort tot Kiinyaa, wat uiteindelijk heeft geleid tot de naam Kenia. De Kikuyu stam ziet dit als haar heilige berg en daarom hadden ze vroeger de deur van hun huis altijd naar deze berg toegekeerd.
We hebben ook een bezoekje gebracht aan een Samburu dorp. Ik moet eerlijk bekennen dat de Manyatta in de eerste week van mijn verblijf in Kenia een stuk indrukwekkender was, omdat dit Samburu dorp toch vooral op toeristen was ingesteld en ik het daarom enigszins nep vond overkomen, maar desalniettemin was het een interessant bezoek. De Maasai stam en de Samburu stam vertonen veel gelijkenissen. Beide stammen zijn nog erg primitief en leven in de meest woeste omstandigheden. Ze spreken allebei de Maa language en dragen een kanga met veel gekleure sieraden. De manier van kleden daarentegen is enigszins verschillend. De kanga van de Samburu hoort alleen om de middel te zitten, het bovenlichaam moet ontbloot zijn, de Maasai daarentegen bedekt zichzelf helemaal. De kleuren van de kanga schijnen ook net iets anders te zijn, de Samburu wil nog wel eens groene tinten dragen terwijl de Maasai toch vooral bij het rood blijft. Toch zijn dit denk ik details die alleen de echte kenners zien, want ik zie weinig verschil. De huizenbouw is wel echt anders. Bij de Maasai worden de huisjes van koeienstront gebouwd, de Samburu gebruikt echter veel plastic en afval. De huisjes zien er daardoor een stuk minder florissant uit.
De Samburu heeft trouwens een wel heel pijnlijke bestrijdingsmanier voor bedplassers. Als een kindje 's nachts veel in bed plast worden er fire ants op de edele delen gezet. Fire ants zijn behoorlijk grote mieren die erg naar schijnen te kunnen steken. Plassen doet daarna zoveel pijn dat zo'n kind het wel uit z'n hoofd laat nog eens 's nachts een plasje te doen. Zo zijn er meer stammen die fire ants gebruiken voor rituelen. De Luo jongens moesten vroeger zeven keer tien minuten handschoenen aan die gevuld waren met de kleine beestjes. Als ze in die zeventig pijnlijke minuten geen krimp gaven betekende dit dat ze dapper genoeg waren om krijger te worden en dus volwassen waren. Ik ken veel Kenianen die al rillingen krijgen bij het woord fire ant, dus ik kan me voorstellen dat de Luo krijgers enorme bikkels waren.
Bij de evenaar zijn we nog even gestopt om het alom bekende trucje met het water te zien (ten noorden van de evenaar draait het water als het wegloopt met de klok mee, ten zuiden van de evenaar gaat dit tegen de klok in en op de evenaar gaat het water recht naar beneden) en op weg naar de Mara heb ik voor de vierde keer sinds ik hier ben mogen genieten van de nijlpaarden van lake Naivasha.
Al met al een behoorlijk vermoeiende tocht, elke dag vroeg op en de auto in om de rijkdommen van Kenia te bezichtigen. We slapen elke nacht like a baby (lala kama mtoto) om alle indrukken te verwerken en we doen ons elke dag weer te goed aan het heerlijke vele eten en de goede wijntjes om aan te sterken. Ik ben bang dat ik wel een paar kilootjes zwaarder terugkom.
Nu nog twee dagen genieten van het gezelschap van paps en mams en dan is het avontuur voorbij. Ondanks dat ik nog geen zin heb om naar huis te gaan heb ik wel een enorm tevreden gevoel over mijn tijd hier. Ik heb het idee dat ik Kenia echt heb leren kennen, dat ik alles van het land heb gezien wat ik wilde zien en dat ik er dus ook alles uit heb gehaald wat erin zat. Bovendien heb ik ontzettend veel geleerd en een hoop nieuwe vrienden gemaakt, dus ik sluit het avontuur in ieder geval goed af. Kenia heeft zich een mooi plekje in mijn hart weten te veroveren.
- comments



laura Marleentje! Wat een levensgenieter ben je toch! Avontuur ten einde, maar een super herinnering. Mooi om het zo met paps en mams te kunnen afsluiten. Snel ff hapje eten samen als je terug bent!! Quinten is ook nieuwsgierig naar wie die marleen nou toch is waar mammie het de hele tijd van die avontuurlijke verhalen over vertelt van neerstortende vliegtuigen e.d. :-) groetjes, Laura