Profile
Blog
Photos
Videos
Hallo dan!
Een beetje laat, maar bij deze toch nog een stukje over het tweede deel van onze reis door Colombia. Dan is dat ook maar afgerond.
Op vrijdag 20 juli hebben we afscheid genomen van Kevin Mühren die onvervangbaar bleek te zijn bij Bart Smit, waarna Jan Vegas en ik het nóg 3 weken uit moesten zien te houden in Colombia. Het is raar om ineens met z'n tweeën verder te moeten, maar na een avondje flink doorzakken is dat rare er al snel vanaf. De coole hosteleigenaresse Alegria nam ons en nog een aantal hostelgasten mee uit naar de bar Candelario waar het Freaky Friday was. Goede sfeer, goede mensen en goede hals!
De volgende middag voor de tweede keer afscheid genomen van de mensen in Alegria's Hostel en met een lichte kater, maar zonder koffie en ontbijt naar het vliegveld. Behoorlijk verstrooid door het vliegveld lopen dwalen dus, top! Maar later op de dag begonnen we weer met een schone lei in Leticia, de meest zuidelijke stad van Colombia die grenst aan Peru en Colombia, en tevens voor velen het startpunt om het Amazone regenwoud te verkennen. Diezelfde avond hebben we meteen een volledig verzorgde 3-daagse tour geboekt voor de volgende ochtend.
Om 08:00 uur in de morgen vertrokken we met de Deense Ida, gids Nicolas en kapitein Francisco per boot naar Zacambu. Na een plaspauze in Benjamin Constan (Brazilië) kwamen we na 4 uur varen aan in Zacambu (Peru), gelegen aan een zijriviertje van de Amazone waar het een stuk mooier en schoner is dan aan de hoofdrivier. Zacambu bestaat slechts uit 5 huizen, en wij verbleven bij een Peruaanse familie in een groot houten huis op palen. Een paar maanden geleden stond het huis nog deels onder water, omdat het waterpeil van de rivier na het regenseizoen het hoogste sinds vele jaren was.
Het was een prettige ervaring om een tijdje op het water in de rust en schoonheid van de natuur door te brengen zonder telefoon, internet en andere alledaagse dingen. Het leven is vreedzaam en relaxed in Zacambu, waar de vrouwen nog gewoon 3x per dag een vette maaltijd op tafel zetten en waar de mannen overdag een beetje vissen en 's avonds met z'n allen van gedateerde Steven Seagal films genieten. Het ontbijt is ook een avontuur op zich daar. Toen ik mijn broodje opensneed dacht ik nog: "een krentenbol in Colombia?", maar toen vervolgens de krenten gingen bewegen bleek dat het kleine insecten waren. Daarna maar een ander broodje gepakt met deze keer een vette kakkerlak erin! Toen toch maar besloten om mijn scrambled eggs zonder brood op te eten.
Tijdens deze trip hebben we veel gevist (op piranha's en andere kleine visjes), gezwommen en gevaren. De eerste avond zijn we in het donker ook het water op gegaan en hebben toen een kaaiman gevangen. Kaai & ik:
De tweede dag zijn we op bezoek geweest bij iemand die een vijver achter zijn huis heeft aangelegd waarin hij pirarucu's (de grootste vis die in de Amazone zwemt) kweekt. We mochten ze voeren met kleine visjes, die op brute wijze met haak en al werden verslonden. Toen we aan de man vroegen of het voor mensen gevaarlijk is om in een bad met zulke grote beesten te zwemmen, sprong hij direct met al z'n kleren aan in de vijver om te demonstreren dat ze niet bijten. Einde discussie! De man heeft verder nog 2 aapjes, 2 schildpadden en een krokodil als huisdier, allemaal zelf gevangen.
's Middags zijn we echt de jungle in gegaan, waar we ook de nacht zouden doorbrengen. Met de gids en Bebeto, een Peruaan die er al z'n leven lang woont, gingen we ergens aan wal en hebben toen anderhalf uur gelopen totdat we bij een plek aankwamen die geschikt leek om ons kamp op te bouwen. Afgezien van een paar hele grote bomen en enkele dieren was het bos niet echt bijzonder om te zien. Daarnaast werden we helemaal gek van het constante gezoem van muggen. Hoe je je ook voorbereidt, de muggen blijven je vinden. We maakten een kampvuur, hingen onze hangmatten op tussen twee bomen en bevestigden de klamboes rond de hangmatten. Nadat we in onze klamboe ons avondeten (een tupperware schaaltje met koude rijst, een halve kip en wat aardappelen) van kant hadden gemaakt, maakten we ons op voor een wandeling in het donker. Met schijnbatterij zagen we onder andere enkele duizendpoten een boomkikker en een tarantula. Vervolgens weer de klamboe in. De herrie die vogels, apen, muggen en andere insecten produceren in de jungle is heel bijzonder, maar na een tijdje heb ik toch maar herriestoppers in mijn oren gedaan omdat ik het geluid van zoemende muggen rond mijn hoofd niet langer kon verdragen.
Toch wel goed geslapen, en toen de zon opkwam hebben we ons kamp afgebroken en gingen weer terug naar Zacambu waar een mooi ontbijt voor ons klaarstond. Na wederom lekker vissen en zwemmen begonnen we aan de terugreis naar Leticia.
De volgende dag hebben we het rustig aan gedaan in Leticia. In het hostel raakten we aan de praat met een Zwitsers meisje en haar moeder, en aan het eind van de middag hebben we hen vergezeld op een klein boottochtje naar een mooi meer. Daar hebben we gezwommen, van een prachtige zonsondergang genoten en tenslotte werd in de woning van de gids eten voor ons gekookt. De lamp was een tijdje geleden kapot gegaan, dus er werd in het donker gekookt met een klein schijnbatterijtje. Mooie dingen!
We besloten om onze op één na laatste dag in de Amazone door te brengen in Puerto Nariño, een mooi klein dorpje op twee uur varen van Leticia. Toen we om 07:30 uur aankwamen in de haven zat er al een gast met een cowboyhoed op aan een lekkere fles Aguila (bier). Dat hij daarna in het bootje nóg 3 flessen liet zakken werd door ons uiteraard met bijzonder veel plezier gadegeslagen vanaf de spreekwoordelijke zijlijn. 's Middags hebben we iemand gezocht en gevonden die ons met de boot naar Lago Tarapoto wou brengen. Wederom een prachtige omgeving en ook weer lekker gezwommen en piranha's gevangen.
Het Alto del Águila hostel lag op een mooie locatie midden in de natuur. Bij het hostel wonen honden, apen, papegaaien, ganzen en katten. Daar hebben we ons wel een tijdje mee vermaakt, totdat de schade werd opgemerkt. Terwijl twee apen me afleidden door geslachtsgemeenschap te hebben op mijn schoot, scheet een andere aap mijn hele tas vol! Toen was het leuke er wel weer vanaf.
De volgende dag verlieten we het Amazonegebied met heel veel natte kleren en muggenbulten (Jan had er alleen op z'n voeten en benen al 50), maar ook met een onvergetelijke ervaring op zak.
Het "toeval" wilde dat we de vrijdag- en zaterdagavond zouden doorbrengen in Bogotá. Tijdens ons derde bezoek aan de hoofdstad was het daar extreem koud, maar gelukkig ook weer extreem gezellig. Op vrijdag weer met wat mensen uit het hostel op pad geweest en daarna op een hele vage afterparty beland. Weer een hoop kleurrijke figuren ontmoet, onder wie de Amerikaan Trey met z'n wedstrijdsnor.
Op zaterdag een flinke kater, maar 's avonds toch met pijn en moeite de stap gezet om weer aan de rol te gaan. We gingen met nog twee mensen (onder wie een Zuid-Afrikaanse schreeuwlelijk die de vlag van z'n land om had) naar Armando Records, een van de beste en hipste clubs in Bogotá. Heel veel mooie vriendelijke mensen, gezellige muziek (Strokes, Nine Inch Nails en Pixies kwamen nog voorbij) en lekkere dure hals!
Op zondag hadden we de hele dag kou en regen dus zijn we in het hostel gebleven. 's Avonds wel naar een Italiaans restaurant geweest met een opmerkelijk gezelschap, onder wie een Australiër die de 2,5 dag durende busreis van Lima (Peru) naar Quito (Ecuador) heeft gemaakt. Hij raadt iedereen aan om dit eens in je leven te doen. Het zal gerust wel min of meer een spirituele ervaring zijn als je zolang in een bus zit en je dreigt je verstand te verliezen, maar deze ervaring bewaren we voor de volgende keer.
Wij kozen voor de nachtbus naar Medellin waar de airco op volle toeren draaide en we duidelijk niet genoeg kleren aanhadden. We waren gewaarschuwd, maar dat het zó extreem koud zou zijn hadden we niet voor mogelijk gehouden. De volgende morgen gingen we direct door naar de luchthaven van Medellin, waarvandaan we met een klein propellervliegtuigje naar Bahía Solano aan de Pacifische kust vlogen. Daar regelden we een tuk-tuk die ons naar El Valle wou brengen over de enige verharde (bijzonder slechte) weg die daar in de wijde omgeving te vinden is. We bevinden ons in een bijzondere omgeving. De provincie Chocó is de armste provincie van Colombia. De bevolking is er pikzwart en met 6 meter neerslag per jaar is het één van de natste plekken op aarde. De regio werd enkele jaren nog bestempeld als zeer gevaarlijk, maar het gaat ook hier de goede kant op en er komen steeds meer toeristen. Chocó is ook de naam van een jongen die we ontmoetten tijdens een avond stappen in Bahia Solano. Hij zat daar op een feestje met een aantal leraren van zijn school en zei toen tegen Jan: "vraag nou eens aan mijn leraar hoe vaak ik naar school ga". Als Chocó een Volendammer was zou hij duidelijk naar Cyprus op vakantie gaan!
Maargoed, we dwalen af. Na een uur rijden kwamen we aan in het dorpje El Valle. Vanaf daar moesten we lopend verder om ons hostel te bereiken. Na een kwartier lopen over het strand en 5x water te hebben overgestoken kwamen we eindelijk aan op de plaats van bestemming. Het hostel The Humpback Turtle is opgebouwd door Tyler, een 28-jarige Amerikaan die we reeds in Bogotá hadden ontmoet. Hij heeft samen met twee locals het hostel gebouwd op een plek waar niets is en nauwelijks materialen te krijgen zijn. Tijdens de bouw heeft hij een half jaar in een tentje gewoond en heeft verscheidene obstakels overwonnen voordat de bouw voltooid werd. Een echte gek, maar lang geen domme jongen dus.
Het hostel ligt op een bijzondere locatie, op een donker strand aan de Pacifische oceaan. De omgeving is vrij ruig, evenals de golven. Het is vrij normaal dat het 's avonds keihard begint te regenen en dat het dan de volgende ochtend pas stopt. Overdag was het meestal wel droog, maar niet altijd. Het komt vaak voor dat Tyler 's ochtends vroeg in de weer moet omdat het water eraf is, het gas eraf is, de stroom eraf is of geen telefoonbereik is. Het komt echter altijd goed en er wordt dan ook niet over gezeurd.
De tweede dag gingen we met een bootje op zoek naar bultruggen, aangezien het walvissenseizoen in volle gang was. Deze trip werd de slechtst geregelde excursie van onze hele reis! We vertrokken een uur later dan afgesproken waardoor de kans om walvissen te zien aanzienlijk afnam, prijsafspraken werden niet nagekomen, de afgesproken lunch ging niet door, het afgesproken bezoek aan het Utria National Park ging niet door en op de terugweg kwamen we op volle zee zonder benzine te zitten! We hadden geluk dat de "gids" bereik had met zijn telefoon. Na een uur lang schommelen in de volle zon (waarbij er één iemand zeeziek werd) kwam er eindelijk een kennis van de kapitein een jerrycan met benzine brengen. Uiteindelijk hebben we wel een paar walvissen gezien, maar de algehele trip was ronduit lachwekkend. Bij terugkomst in het hostel hebben we een potje gevoetbald met 1 Ier en 7 kleurlingen.
Die avond werden we in de achterbak van een Jeep naar Bahía Solano gebracht, waar de aanvang van de lokale feestweek plaatsvond. Bij deze culturele gelegenheid is iedereen buiten, vinden er optredens plaats en wordt veel gedronken. Maar het echte feest begint pas om 4 uur 's nachts. Dan wordt er heel veel drukte gemaakt door een aantal muzikanten en volgt er een parade door de stad waarbij steeds meer mensen zich aansluiten. De parade gaat door tot de zon opkomt en om een uur of 7 als de muziek stopt gaat iedereen naar huis. Deze manier van feestvieren was een aparte gewaarwording voor ons en er waren dan ook niet veel blanken (alleen wij). Het was wel leuk om mee te maken en enkele dagen later zijn we nog een avond geweest en toen was het wederom een dolle boel.
Voor de rest hebben we niet zo heel veel uitgevoerd in Chocó. Veel tijd doorgebracht in de hangmat of op het strand. We zijn later nog wel een keer met een andere gids op walvissenjacht gegaan. Deze keer werd het wel een succes en we hebben dan ook talloze bultruggen gezien. Soms van heel dichtbij, kippenvel! Oscar en Emley van hostel Sue in Bogotá waren ook mee. Deze mensen waren echt een verrijking voor onze trip aldaar. We zijn erachter gekomen dat je het beste feest kunt vieren in een vreemd land door met hosteleigenaren aan de rol te gaan, wat een gekken!
Op zondagochtend werden we om half 10 op het vliegveld verwacht. We waren daar met twee Colombiaanse meisjes uit Cali die ook in The Humpback Turtle verbleven. Na het inchecken hadden we nog genoeg tijd om ons op te frissen bij een nabijgelegen waterval. We waren ons niet bewust van de tijd, maar ik merkte op dat de meisjes zich nog niet druk maakten, dus het zou allemaal wel loslopen. Toen we echter daarna weer bij het vliegveld aankwamen stond iedereen naar ons te schreeuwen dus zetten we het voor de zekerheid maar op een sprintje. Twee minuten voor de geplande opstijgtijd kwamen we met natte haren het vliegtuig in wandelen, waar we werden begroet met een hoop boze blikken. Kantje boord, maar wel lachen, en met een welverdiende boks sloten we het Chocó hoofdstuk af.
We besloten om nog wat dagen door te brengen in Medellín, omdat daar op dat moment het Flower Festival aan de gang was en omdat we het gevoel hadden dat we nog niet klaar waren met die stad. We brachten een bezoek aan de botanische tuinen en de Santa Fe shopping mall, maar daar werden we weinig wijzer van. Op dinsdag was de grote Flower Festival parade, waar we met een grote luidruchtige groep heengingen. Heel veel mensen, heel veel reclame en uiteindelijk bijna geen bloemen gezien. Maar het was wel leuk om de optocht te aanschouwen voor een paar uurtjes. Frappant was dat we een keer of 7 door giechelende meisjes werden gevraagd om te poseren voor een foto. Zij komen blijkbaar niet uit de grote stad en zien zelden blanke mensen. Ik voelde me stiekem weer een beetje Derek Zoolander, maar het blijft een raar zootje!
Vervolgens reisden we per nachtbus weer naar Bogotá, waarvandaan we terug zouden vliegen. Het was inmiddels ons 4e bezoek aan de hoofdstad en deze keer was het ook nog eens prachtig weer. Dagje lekker door de stad gestruind en 's avonds in stijl afgesloten in de Armando Records club.
En toen was het afgelopen na 6 weken te hebben doorgebracht in Colombia. Achteraf ben ik zeer tevreden met het eindresultaat. Het is een waardevolle ervaring om zo'n (voor mij dan) lange tijd op een ander continent door te brengen en het kan geen kwaad om een tijdje afstand te doen van alle dagelijkse gemakken en gewoonten.
Conclusie: Will Vonk en Kees Luns hadden gelijk => Colombia krijgt een duimpie! Het land heeft de toerist heel veel verschillende dingen te bieden. Gebieden als de Amazone, het Andes gebergte, de Caribische kust, de Pacifische kust, de koffieregio en de hoofdstad zijn ieder als het ware al vakantielanden op zich. Daarnaast zijn de mensen doorgaans erg vriendelijk en behulpzaam. Ook hebben we vrijwel geen onveilige situaties meegemaakt in 6 weken tijd. Met gezond (vis)boerenverstand moet het wel erg raar lopen als je in de problemen komt. Colombia is daarom wat mij betreft absoluut een aanrader! Vooral nu er nog niet zoveel toeristen komen, maar daar kon de komende jaren nog wel eens verandering in komen. Maar Slobbeland is ook gewoon erg mooi!
Nu op zoek naar een baan, autsj!
- comments


