Profile
Blog
Photos
Videos
9 Augustus, 11:00pm, Stratosphere hotel suite, Las Vegas.
Na 15 uur rijden in de bus was ik dan eindelijk aangekomen in Las Vegas, aka 'Sin City, aka 'America's Playground', aka whatever... In de hal van de Greyhound terminal hangt een klok met daarnaast een scherm dat de buitentemperatuur aangeeft. Omgerekend 50 graden Celsius. Op dat moment hoopte ik zó dat dat ding ernaast zat. IJdele hoop, bleek later, want toen ik eenmaal naar buiten liep om het hostel te vinden was het net alsof ik een sauna binnenliep waarvan één van de badgasten constant maar emmers water op de hete kolen bleef gooien. De wegwijzer naar de hostel raadt me aan om een taxi te nemen naar het adres, maar de eerste taxi die ik aanhoud vertelt mij dat de afstand prima te lopen is. Ofschoon hij nou een sadist was of dacht dat hij met mijn ritje minder zou verdienen dan met het vervoeren van één van de vele hotelgasten, ik zal het nooit weten. Hoe dan ook, de half uur lange wandeling naar de hostel maakte het voor mij enigszins begrijpelijk waarom de mensen in Vegas hun tijd overdag doorbrengen in bed, aan het zwembad, of in één van de verkoelde casino's. Overdag rondlopen in de straten van Vegas staat gelijk aan vragen om zweetplekken onder je oksels ter grote van soepborden, een zonnesteek, en huidkanker.
Eenmaal ingecheckt in de hostel ging ik maar even beetje rondkijken in de woonkamer, waar je normaal gesproken de andere gasten een beetje kunt leren kennen. De woonkamer was een donker hok met geen ramen, wat waarschijnlijk bedoeld was om de warmte buiten te houden. Alle aanwezigen in de woonkamer zaten of naar de gemeenschappelijke TV te kijken of ze zaten achter hun laptop. Gezellige boel, dacht ik bij mezelf. Ik probeer toch een beetje een gesprek hier en daar aan te knopen, maar al gauw merk ik dat de meeste gasten ongeveer 25 jaar of ouder zijn en alleen maar naar Vegas zijn gekomen om zichzelf van de kaart te zuipen. 'Wat had je dan gedacht in Vegas te doen?' dacht ik bij mijn naïeve zelf. Anders dan bij de meeste andere hostels waar ik geweest ben, kon ik hier om de een of andere reden niet echt productieve gesprekken aanknopen met de gasten. Ze leken een grote gelijkenis te delen met soort volk dat je zou aantreffen in een zon-zee-strand vakantieoord als Salou, Chersonissos, Llorette de Mar, of Ibiza. Niks omwille van het soort mensen dat je daar zou aantreffen, maar ik wist echter wel van mezelf dat dat vaak niet het soort mensen zijn waar ik mij het meeste mee verbonden voel.
Het duurde niet lang voordat ik het doorhad: Vegas is waarschijnlijk niet mijn soort stad. Wellicht was het nog wat te vroeg om dit soort conclusies al te trekken, maar ik kon toch niet het gevoel van me afschudden dat mijn dagen in deze stad rusteloos en onwennig zouden zijn. 'Ik ben moe', dacht ik bij mijzelf. 'Moe van het reizen, moe van telkens alleen arriveren in een vreemde stad, moe van het constant opnieuw moeten aanpassen'. Desalniettemin vertikte ik het om niet te proberen er het beste van proberen te maken. Het alternatief zou zeker geen beter perspectief bieden.
Hoewel Las Vegas het epicentrum is van het niemandsland dat Death Valley heet, betekende dat niet dat ik mezelf hoefde te beperken tot de grenzen van Vegas zelf. De Hoover Dam en de Grand Canyon zijn namelijk redelijk 'in de buurt'. Dat wil zeggen, binnen een bereik van 5 á 6 uur rijden. Aangezien mijn tijd in Vegas beperkt was, besloot ik maar gelijk een tour naar de Grand Canyon te boeken voor de volgende dag. Zo'n tour bleek een dagvullend programma te zijn waarbij ze me om 6 uur 's ochtends zouden ophalen en 's avonds om 7 weer afzetten bij de hostel. Dan maar geen latertje vanavond, dacht ik bij mezelf. Ik ging even terug naar mijn kamer en trof daar een nieuwe kamergenote aan. Lee Umji heette ze. Een Zuid-Koreaanse die net haar studie biomedische wetenschappen had afgerond in Houston, Texas. Een gesprek voeren ging met haar gek genoeg een stuk makkelijker dan met de andere gasten en het klikte wel aardig. Zij had ook een tour geboekt voor de volgende ochtend dus zij zou ook niet al te lang doorgaan die avond. Ik stelde daarom voor om samen even wat te gaan drinken en wat van de 'stad' te gaan bekijken.
Rond 10 uur liepen we de Stratosphere binnen, één van de vele oversized hotels/casino's van Las Vegas. De reden waarom we de Stratosphere hadden gekozen was omdat er boven de hotelsuites van het gebouw er zich ook een toren van 109 verdiepingen bevond. 'The Top of the World' heette deze toren, en ofschoon de naam nou daadwerkelijk eer deed aan de realiteit was het toch het hoogste punt van de stad. Ik was twijfelachtig of we hier zo maar naar binnen konden lopen, maar Lee sleurde mij met de volste overtuiging van het tegendeel mee naar binnen. Vijftien minuten en 107 verdiepingen later bevonden we ons in de '107 Lounge', een bar in The Top of the World waarvan het platform waarop het zich bevond met een slakkengangetje om zijn as draaide waardoor je met elke voorbijgaande minuut werd getrakteerd op een nieuw uitzicht van de stad. En dat was een indrukwekkend uitzicht ook. De zee van neonlichten en schijnwerpers die de stad versierde leek oneindig. In de verte leek er wel ergens een eind aan te komen, maar ik kon niet zien of daar de stad ophield en de woestijn begon of dat het de horizon was. Daar, ver boven het aardoppervlak waar alles wat mij eerst zo onwennig deed voelen, leek Vegas mij een vriendelijke knipoog te geven. Met een relaxed loungemuziekje op de achtergrond keuvelden Lee en ik wat heen en weer, dronken wat voor vergif ze ook maar schonken aan de bar, en waren tevreden met elkaars gezelschap. Het maakte mij niet uit dat ik haar verder niet kende, dat haar Engels rammelde aan alle kanten, of dat zij totaal niet mijn type was. Het gezelschap en gemak van een vreemdeling was voldoende.
...
Om 6 uur 's ochtends werd ik dus opgehaald door een tourbus die mij naar de Hoover Dam en de Grand Canyon zou brengen. Zo gezegd, zo gedaan, ik stapte de bus op en maakte een babbeltje met de buschauffeur/tourbegeleider. Hij stelde zich voor als Milton en kwam uit Hawaii. Een gezellige dikzak met knijpogen en een cowboyhoed en al met al leek hij een vriendelijke ziel. Ik liep de bus verder in, zoekend naar een plekje. Aziaten. Alleen maar Aziaten in die bus. Het waren ook nog eens allemaal gezinnetjes waarvan de vader telkens een kanon van een fotocamera tevoorschijn toverde wanneer er iets bezienswaardigs voorbijflitste. Erg typisch. De Hoover Dam, hoewel een indrukwekkend bouwwerk en de enige bron van water en elektriciteit voor Las Vegas, maakte wel enige indruk op mij maar is uiteindelijk weinig meer dan een hoop beton waarvan het ontstaan gepaard ging met het einde van 90% van de biodiversiteit van de Colorado River en de Grand Canyon. Gemengde gevoelens, zal ik maar zeggen.
Na de Hoover Dam reed Milton ons verder naar Grand Canyon. De West Rim, om precies te zijn. De West Rim van de Grand Canyon, in tegenstelling tot de populairdere South Rim, bevindt zich op een Indianenreservaat dat privaatgebied is van de Hualapai stam. 'Cool' dacht ik bij mijzelf, 'Krijg ik ook nog wat cultuur te zien van Amerika's oorspronkelijke bewoners'. De Hualapai stam, zo vertelde Milton, was één van de laatste stammen die verzet boden tegen de blanken voordat ze dan uiteindelijk toch in reservaten werden gestopt rond 1890. Van die trots leek echter vrij weinig van over te zijn gebleven. Wat ik aantrof op het reservaat waren enkel de restanten van een eens trotse Indian Nation maar wat nu gemarginaliseerd is tot toeristische trekpleister. In een amphitheatertje voeren ze een ongeïnspireerd ogend dansje uit, in een winkeltje verkopen ze 'echte' Indianenparafernalia. Een foto met een 'Native American' kost je tien dollar. Uiteraard was het razend interessant om te leren over de geschiedenis van dit volk, maar om te zien wat er van geworden is, is ronduit zielig. Ik weigerde hier echter al te lang bij stil te staan en doen alsof ik een bloedend hart heb voor waar ik geen grip op heb en ook niet meer ongedaan kan worden. Such is life.
...
Om 7 uur zette Milton mij als laatste tourgast af bij de hostel. De hele dag had hij de bus vol enthousiasme vertelt over de regio, de lokale bevolking en alles wat Nevada maakte tot wat het nu is. Ik moest toegeven dat die kerel zijn kennis verdomd goed voor elkaar had. Daarmee leek hij ook de enige te zijn die ik tot zover was tegenkomen in Vegas die enigszins bewust leek te zijn van de wereld om zich heen en de wereld buiten Vegas. Hierdoor zat ik ook de hele dag al met een brandende vraag: 'Waarom heeft hij in godsnaam ooit een plek als Vegas verkozen over Hawaii?'. Ik besloot het hem te vragen vlak voor ik de bus uitstapte. Het feit dat ik het hem vroeg leek hem niet te storen en een flauwe glimlach verscheen op zijn pretgezicht. 'I've got family here' vertelt hij me. Ik vraag hem of hij ooit van plan is om terug te gaan naar Hawaii. 'Oh yeah, definitely. Some day I will. It's a lot more civilized there'. En met die woorden voelde het alsof ik een vriend had gevonden. Of op z'n minst een ziel met wie ik op één lijn scheen te zitten wat betreft het fenomeen 'Las Vegas'. Het deed me goed.
...
Ik had al vier dagen geen volle nachtrust meer gehad en ik had eerlijk gezegd geen zin om bijzonder veel moeite meer te steken in het leren kennen van mensen in Vegas. Dan was er ook nog de kwestie van waar ik ná Vegas naartoe zou gaan en hoe ik daar zou komen. Een beetje rust om dit uit te zoeken en een plekje voor mezelf, al was het maar voor één nacht, was wat ik nodig dacht te hebben. Ik besloot dus nog één nacht langer in Vegas te blijven en een kamer te boeken in de Stratosphere. Dit maakte mij niet meer dan 36 euro lichter, wat ik beschouwde als een gangbare investering in mijn persoonlijk gemak. Lee en ik checkten allebei die ochtend uit bij het hostel en besloten nog een beetje te gaan rondlopen op The Strip, de hoofdstraat en epicentrum van alles wat Vegas te bieden heeft. Om vier uur 's middags nam ik afscheid van Lee en checkte ik in bij de Stratosphere.
In kamer 8075 trof ik een kingsize bed aan, een flatscreen TV en een met marmer belegde ensuite badkamer. Die avond maakte ik het mezelf gemakkelijk en beschouwde ik me vrij van de ogen van de wereld. Ik keek een filmpje op mijn laptop, liet roomservice wat te eten brengen en besloot rond 9 uur nog één laatste bezoekje te brengen aan de 107 Lounge. Ofschoon het nou gebruikelijk is om een boek te gaan zitten lezen in één van de hipste lounges van een stad die bekend staat als 'Sin City', het kon me vrij weinig schelen. Ik bestelde een of andere cocktail bij een geblondeerde serveerster met neptieten terwijl een coverbandje wat nummers speelde op de achtergrond. En ondertussen bleef de lounge maar traagjes om zijn as draaien. Na een uurtje besloot ik richting mijn kamer te gaan, maar kon het niet laten om nog één verdieping omhoog te gaan met de lift. Daar, op 108e verdieping, vond ik een groot observatiedek dat eveneens een 360 graden uitzicht bood over die zee van lichtjes. Ik hing wat over de railing. Mijn laatste avond in Las Vegas. Over 6 uurtjes moest ik opstaan om mijn vliegtuig naar Denver, Colorado te halen. Terwijl ik daar maar wat stond te turen over het mozaïek van overdaad dat Las Vegas is, probeerde ik de hotels te benamen. Het Luxor, Mirage, Venetian, MGM Grand, Bellagio, de één nog groter en rijker verlicht dan de ander. In mijn hoofd neem ik afscheid van de stad. 'Wat heeft deze stad nou voor mij betekent?' dacht ik bij mezelf. Wellicht is dit de meest zinloze vraag die je kan stellen over een plek als Las Vegas. Het is per slot van rekening weinig meer dan een bron van goedkoop vermaak, oplichters, geldkloppers, hebzucht, en het riekt er naar een chronisch gebrek aan stijl, tussen de vele verschillende vleugen van zweet en alcohol door. Het doet verder ook geen moeite om op iets anders te lijken. Het is wat het is. Enfin, ik besloot het geheel maar als een soort maîtresse te beschouwen die ik nooit heb liefgehad en van wiens verdiensten ik nooit gebruik heb gemaakt. Indien die beschrijving uitleg behoeft, heb ik waarschijnlijk gefaald in het schetsen van een passend beeld van mijn ervaringen. Ik keer mijn rug naar de stad en loop het observatiedek af. Dat was dat.
- comments



Willem Lekker Pé! Heerlijk pakkend verhaal weer. Kijk nu al uit naar de volgende!
Joke en Sjoerd Kingma Peter bedankt voor je mooie verhaal en belevenissen,en wat kan je dat mooi verwoorden,geweldig hoor!! Wij zijn afgelopen zondag thuis gekomen van vakantie en hebben het geweldig mooi gehad, 1 week zijn we met onze kinderen en kleinkinderen naareen camping in Biddinghuizen geweest en daarna met de club 2 weken Brugge/Gent liefs sjoerd en joke